Inleiding

Veel ouders hebben vragen over het gebit en de gebitsverzorging van hun kinderen. Via allerlei kanalen komt er informatie naar je toe over wat wel en wat niet 'goed' is, of wat wel en wat niet mag. Soms zie je door al de bomen het bos niet meer.

Op deze website krijgt u informatie over de invloed die ouders hebben op de gezondheid van het gebit van hun kinderen. En dat die invloed groot is, zult u natuurlijk ook begrijpen, want ouders beïnvloeden immers het gedrag bij poetsen, fluoride gebruik, het gaan naar de tandarts maar ook het verstandig eten, drinken en snoepen.

Het lijkt vaak moeilijker dan het is, daarom krijgt u gewoon een aantal praktische tips die u gemakkelijk kunt toepassen en waarmee u een goede invloed heeft op de tanden en kiezen van uw kind.

Deze informatie gaat uit van een normale gezondheids situatie, er zal geprobeerd worden om zo weinig mogelijk moeilijke medische woorden te gebruiken. Speciale gevallen en/of uitzonderingen zijn altijd mogelijk, maar daar richt deze brochure zich niet op. Zijn er bijzonderheden dan zal uw tandarts het per geval moeten beoordelen.

Voor specifieke vragen kunt u natuurlijk altijd terecht bij Bambodino, tandartsenpraktijk voor kinderen, telefoon: 010-4334243.

Ontwikkeling van het gebit

Wanneer een kind geboren wordt zijn nog geen tanden zichtbaar; ze zitten nog verborgen in de kaak. Bij 5 of 6 maanden breekt meestal de eerste tand door. Dit merkt u meteen: het kind gaat meer kwijlen, krijgt soms diarree en ook koorts. Het kind is gewoon ziek en geeft dit aan door te huilen. Na de eerste tand, volgen de andere tanden in een bepaalde volgorde. Bij ± 3 jaar is het melkgebit compleet met 20 tanden en kiezen.

Het melkgebit baant de weg voor het blijvende gebit, dus onder de melktanden zitten de blijvende tanden al verstopt. De blijvende tanden groeien langzaam en duwen dan de melktand eruit: het wisselen!

De voortanden in de onderkaak wisselen het eerst bij ongeveer 5 jaar en vervolgens in ongeveer dezelfde volgorde worden alle melktanden vervangen door blijvende tanden en kiezen. Pas bij ongeveer 18 jaar zijn de laatste (verstands!) kiezen aanwezig.

Dan zijn er in totaal 32 tanden en kiezen. Omdat de kaak van het kind langzaam groeit komt er vanzelf meer ruimte om plaats te maken voor de blijvende tanden en kiezen die anderhalf maal groter zijn dan in het melk gebit. De kleur van de blijvende tanden is geler, de vorm is er ook anders van.

Soms staan de tanden niet netjes op een rij, dit kan gewoon uit zichzelf komen, maar ook door bijvoorbeeld duimzuigen of doordat een melktandje er niet meer is om de weg te wijzen voor de blijvende tand. Met hulp van "beugels" kunnen de tanden héééééél langzaam naar een betere plaats worden bewogen. Je laat de tanden een beetje "wandelen" door de kaak.

Het melkgebit is belangrijk voor het blijvende gebit en verdient daarom goed onderhoud. Een slecht melkgebit is geen goede start voor de blijvende tanden en kiezen, en ziet er nog vervelend uit ook.

 
Verzorging van het gebit

In het voedsel dat door de mond gaat zitten stoffen die de tanden kunnen aantasten. Vooral zuren en suikers hebben een slechte werking, omdat bacteriën de suikers gebruiken voor het maken van zuur. Gelukkig heeft de tand een sterke beschermlaag; het glazuur, dat een goede weerstand geeft. Ook het speeksel helpt mee om deze aantasting te verhinderen. Maar dat is niet genoeg. We eten en drinken tegenwoordig zó veel en zó vaak zoete stoffen dat we de tanden extra moeten schoonhouden om suikers en dus het zuur geen kans te geven om het glazuur aan te tasten. Anders komt er een gaatje. Er ontstaat tandrot (cariës) en de tand kan gaan ontsteken.

Dat betekent dus, dat zodra de eerste tanden er zijn, het onderhoud moet beginnen (dus vanaf ongeveer 5 - 6 maanden!) Bij de eerste tandjes kun je voorzichtig met een washandje met wat tandpasta een beetje poetsen. Het kind went dan aan het "gefrutsel" aan de tandjes.

Een tandenborstel werkt natuurlijk veel beter omdat de haartjes aan alle kanten van de tand kunnen komen. Een kindermond is klein, daar past alleen een kleine tandenborstel in. U roert ook geen kopje koffie met een soeplepel!

Kindertandenborstels hebben een klein kopje met zachte haartjes en een lekkere dikke steel. Ze zien er ook leuk uit. Tandpasta is nodig om de tanden te poetsen. Peuter tandpasta is er in allerlei soorten en smaken. Uw eigen tandpasta is vaak te "heet" of te "vies" voor een kind. En bij peuter pasta is het niet erg als het kind de tandpasta doorslikt. Door een leuke tandenborstel en een lekkere tandpasta te kiezen wordt het tandenpoetsen al een beetje een feest.

Uw kind mag best zelf poetsen maar we kunnen niet verwachten dat daar nog veel structuur in zit. U moet dan ook tot ongeveer 10 jaar echt even napoetsen om het "echte" werk te doen. Een elektrische tandenborstel kan daarbij uitstekend helpen.

 
Wat is nu "goed" poetsen?

Goed poetsen is vooral een vast ritme aanhouden, gewoon altijd op het zelfde moment van de dag, bijvoorbeeld:

- 's morgens bij het opstaan,
- 's middags na de boterham
- 's avonds voor het slapen gaan)

Ook de volgorde van het poetsen van de tanden is een vast ritme dat aangeleerd moet worden en daarna vanzelf gaat.

Een elektrische borstel werkt heel goed, maar is meestal te zwaar en onhandig voor een kind. Het is ook belangrijk dat het kind het poetsen leert. Ook de meeste andere hulpmiddelen zoals tandenflos en tandenstokers/ragers zijn pas echt bruikbaar op een latere leeftijd.

Fluoride

Tanden poetsen geeft bacteriën geen kans om suiker om te zetten in zuur, en daardoor het glazuur aan te tasten. Ook kunnen we het glazuur nog sterker maken met fluoride. Deze stof dringt in het glazuur, zodat de weerstand tegen de zuuraanval groter wordt. Fluoride komt eigenlijk een beetje te weinig voor in ons voedsel en daarom kunnen we het kind een beetje extra fluoride geven. Dat kan op een paar manieren: tandpasta, druppeltjes of tabletjes of applicaties. Wanneer de tandpasta na het poetsen wordt ingeslikt, komt op die manier ook fluoride van binnenuit bij de tand.

Teveel fluoride is niet goed en te weinig ook niet.

Daarom is peuterpasta meestal het beste en kunt u in de tabel zien wat de goede dosering is voor de tabletjes. Door gebruik van een kind-vriendelijke tandenborstel en lekkere tandpasta wordt poetsen een feest. Tot 10 jaar kan de ouder even helpen met napoetsen, ook is belangrijk dat routine wordt aangeleerd en poetsen een onderdeel wordt van het dagritme.

Met fluoride gebruik krijgt zuur minder kans om het glazuur aan te tasten.

Dit betekent dat met een kleine inspanning iedere dag, u vrijwel kunt voorkomen dat er gaatjes ontstaan.

Met een gezond, heel en schoon gebit ziet ieder kind er ook leuker uit.

 
Verstandig eten, drinken en snoepen

Tandbederf komt voornamelijk door het voedsel dat we eten en drinken. En dan vooral door de suikers en zuren. Suikers zit in heel veel van ons voedsel, niet alleen wanneer je het verwacht (koffie met suiker en melk) maar ook wanneer je het niet verwacht (bijvoorbeeld, brood smaakt zoetig, en dus levert het suiker!).

We weten allemaal dat geen suiker gebruiken niet haalbaar is. Maar dat hoeft ook niet. Door het suiker gebruik te beperken (minder) en vooral door de momenten van suiker in de mond te concentreren (minder vaak/lang), kun je voorkomen dat bacteriën van suiker zuur maken, wat het glazuur aantast.

Het is goed om het aantal momenten per dag dat er iets door de mond gaat, te beperken. Met de hoofdmaaltijden (ontbijt, lunch en avondeten) en een paar tussendoortjes kunt u het aantal eetmomenten beperken tot ongeveer 6 per dag. Het is dus een beetje "alles of niets": óf er wordt gegeten en dan lekker en veel, óf er is niets in de mond en het speeksel krijgt de kans om de tanden schoon te spoelen. Een glas gewoon water na het eten (snoepen en drinken) kan daarbij al helpen. Een koekje of zoiets kan best wel, maar u kunt ook eens een stuk fruit, kaas of groente (worteltje) geven. Ook dan weer: eten óf niet eten. Voorkom in ieder geval dat het kind de hele dag door etensresten in de mond heeft.

's Avonds alleen water na het poetsen!
's Avonds na het tanden poetsen mag er echt alleen nog maar water gedronken worden,en niets meer worden gegeten!

Met drinken is het eigenlijk precies hetzelfde. In bijna alle dranken zit suiker (yoghurt-drink, appel- en sinaasappelsap, Roosvicee) en soms zelf suiker én zuur (alle frisdrank, óók kinder-cola). Zelfs wanneer u het niet verwacht zit er suiker in drank dat soms een 'gezondheids' imago heeft, denk maar eens aan "Light", "Suikerarm" en "ongezoet".

Soms heb je zelfs het gevoel een beetje voor de mal gehouden te worden door de (reclame) teksten op de verpakking. In een pak appelsap “PUUR EN ONGEZOET” zit meer dan een KOPJE! suiker. Wanneer u twijfelt kunt u op de verpakking lezen óf en zo ja hoevéél suiker of koolhydraten erin zitten.

Met ‘verstandig’ drinken zorgt u ervoor dat een glas of beker in één keer opgedronken wordt, voorkom dat er een slokje wordt gedronken, dan even spelen, dan weer een slokje enz. Juist dan is er geen enkel suikervrij moment in de mond.

Zuigfles

Een zuigfles wordt gebruikt tot ongeveer 9 maanden, daarna is een drinkbeker veel beter. Wanneer het kind de fles gebruikt, hoort daar geen zoete drank in. Dus geen yogidrink's, Roosvicee's of cola's. Gebruik de zuigfles niet als "zoethoudertje". Laat het kind de fles in één keer opdrinken. Met het al sabbelend rondlopen en spelen geeft u de (melk)suiker veel tijd om het gebit aan te tasten. Ook 's nachts mag er alleen gewoon water in de fles zitten.

Suikervrije kauwgom (met xylitol) maakt de mond weer schoon en suikervrij en mag wel lang in de mond blijven. Snoepen voor het slapen gaan kan natuurlijk echt niet, want dan zit de suiker de hele nacht in de mond.

Frisdrank en limonade is dus eigenlijk vloeibaar snoep en ieder kind vindt dat lekker. Snoepen mag best wel, maar ‘verstandig’ snoepen is weer het beperken van het aantal snoepmomenten. De hele dag kleine beetjes snoepen is veel schadelijker voor het gebit, dan in een keer een hele zak drop leegeten.

"Snoep verstandig, eet een appel"

kent iedereen!

Tandarts en kinderen

De tandarts is de specialist op het gebied van het gebit en uw eigen huis-tandarts is ook in eerste instantie de aangewezen persoon om het gebit van uw kind te behandelen. Niemand vindt het echt leuk bij de tandarts en dat is jammer want een tandarts kan juist heel goed helpen bij het voorkomen van een slecht gebit. Door regelmatig met uw kind naar de tandarts te gaan, voorkomt u dat u naar de tandarts moet!

Uw tandarts kan veel advies geven over het gebruik van een goede tandenborstel, tandpasta en fluoride. De tandarts kan ook controleren of het glazuur nog goed is en of de groei van de tanden goed gaat. Dit is allemaal werk van de tandarts dat eigenlijk helemaal niet vervelend voor het kind is. Pas wanneer het glazuur is aangetast en er cariës is ontstaan kan de tandarts alleen nog maar repareren om te voorkomen dat de gaatjes groter worden en er kiespijn ontstaat.

De eerste keren kunt u uw kind meenemen wanneer u zelf voor controle gaat. Het kind went aan de tandarts, de omgeving en de instrumenten en ziet dat de tandarts in de mond van de ouder kijkt. Dat dáárna nog even in de mond van het kind wordt gekeken is dan al snel logisch. Uw kind meenemen naar de tandarts wanneer u zelf een behandeling krijgt die u vervelend vindt, is niet erg verstandig, het kind merkt dit meteen en denkt al snel: "Maar dít wil ik niet!"

Het is niet nodig dat de eerste kennismaking met de tandarts vervelend is voor het kind. Wanneer u zelf regelmatig naar de tandarts gaat voor controle is het ook "gewoon" dat uw kind ook gaat. De regelmaat wordt dan overgenomen en uw kind gaat als vanzelf ieder half jaar voor controle; het is niet een speciale gebeurtenis. Vanaf ongeveer 3 jaar gaat de peuter naar de tandarts, als het goed is alleen voor controle van het melkgebit. De behandeling van kinderen vergt vaak een andere aanpak dan bij volwassenen.

Kinderen begrijpen als zij jong zijn veel minder en reageren heel intuïtief. Een "eng gevoel" kan worden uitgelegd als "pijn" Met geduld, veel uitleg in voor kinderen begrijpelijke taal en vooral vertellen wat er gaat gebeuren, kunnen de meeste kinderen heel goed worden behandeld.

Pijn bij behandelen is tegenwoordig bijna niet meer nodig, omdat bijna altijd wordt verdoofd. Soms kan zelfs lachgas gegeven worden om het kind wat een prettiger gevoel te geven.

Kindertandheelkunde is in Nederland (nog) geen erkend specialisme, toch hebben een aantal tandartsen hun praktijk speciaal ingericht voor het behandelen van kinderen. Dat betekent vaak aangepaste instrumenten, een kindvriendelijkere omgeving, maar vooral verplaatsing in de belevingswereld van een kind.

De tandarts kan u helpen en ondersteunen bij de verzorging van het gebit van uw kind, maar in eerste instantie heeft de ouder de grootste invloed. Het gebit onderhouden moet aan het kind worden geleerd evenals verstandig eten, drinken en snoepen.

Door te voorkomen dat het glazuur wordt aangetast hoeft het kind alleen voor controle naar de tandarts.

 

Met deze informatie hebben we een aantal tandheelkundige zaken zo duidelijk mogelijk proberen weer te geven. Deze brochure is niet volledig, want het is geen medisch handboek en er kunnen geen rechten of aanspraken aan worden ontleend. Voor specifieke vragen dient u dan ook altijd uw eigen huisarts of tandarts te raadplegen.

Meer informatie vindt u op de website: www.bambodino.nl.